Ingenieur annoteert een gedrukt EPLAN elektrisch schema op een industriële tekentafel, met laptop en mechanisch potlood erbij.

Wie kan bestaande EPLAN-schema’s aanpassen?

EPLAN-schema’s kunnen worden aangepast door elektrotechnische engineers met specifieke kennis van EPLAN Electric P8 of EPLAN Pro Panel, aangevuld met inhoudelijk begrip van de machine of installatie waarop de schema’s betrekking hebben. Zowel interne engineers als externe ingenieursbureaus kunnen bestaande EPLAN-projecten overnemen en aanpassen, mits ze beschikken over de juiste software en voldoende technische context. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over het aanpassen van EPLAN-schema’s.

Welke kennis is nodig om EPLAN-schema’s aan te passen?

Om EPLAN-schema’s aan te passen zijn twee soorten kennis onmisbaar: beheersing van de EPLAN-software zelf én inhoudelijk begrip van de elektrotechnische installatie of machine. Alleen softwarekennis zonder technisch inzicht leidt tot schema’s die weliswaar kloppen op papier, maar niet aansluiten bij de werkelijkheid van de machine.

Op softwareniveau gaat het concreet om EPLAN Electric P8, het meest gebruikte pakket voor elektrotechnische schema’s in de machinebouw. Wie schema’s aanpast, moet weten hoe de projectstructuur werkt, hoe apparaatlijsten en kabellijsten zijn opgebouwd, en hoe wijzigingen doorwerken in de bijbehorende documentatie. Een aanpassing in een schema heeft namelijk automatisch gevolgen voor kabellijsten, stuklijsten en soms ook de schakelkastlay-out in EPLAN Pro Panel.

Naast de software is technisch inzicht in besturingstechniek, vermogenstechniek en veiligheidslogica essentieel. Wie niet begrijpt waarom een bepaalde bedrading op die manier is gekozen, maakt bij aanpassingen al snel fouten die pas later in de productie of inbedrijfstelling zichtbaar worden. Goede EPLAN-engineers combineren daarom softwarevaardigheid met een stevig elektrotechnisch fundament.

Wat zijn de meest voorkomende redenen om een EPLAN-schema aan te passen?

De meest voorkomende redenen om een bestaand EPLAN-schema aan te passen zijn mechanische of functionele wijzigingen aan de machine, het toevoegen van nieuwe componenten, het voldoen aan gewijzigde normen of klanteisen, en het corrigeren van fouten die tijdens productie of inbedrijfstelling zijn ontdekt.

In de praktijk zien we de volgende situaties het vaakst terugkomen:

  • Mechanisch redesign: de machine wordt aangepast of uitgebreid, waardoor actuatoren, sensoren of aandrijvingen worden toegevoegd of verplaatst.
  • Componentvervanging: een schakelaar, frequentieregelaar of PLC-module is niet meer leverbaar en moet worden vervangen door een alternatief met andere aansluitspecificaties.
  • Normwijzigingen: de machine moet voldoen aan een nieuwe of gewijzigde machinerichtlijn, veiligheidsnorm of klantspecificatie.
  • Fouten uit de praktijk: tijdens de bouw of inbedrijfstelling blijkt dat een aansluiting niet klopt, een kabelroute niet haalbaar is of een signaal ontbreekt in het schema.
  • Serieaanpassingen: een basisschema wordt per klant of per variant licht aangepast voor kleine series of speciaalmachines.

In al deze gevallen is het van belang dat de aanpassing niet alleen in het schema wordt doorgevoerd, maar ook consistent wordt bijgehouden in de kabellijsten, stuklijsten en overige documentatie die uit het EPLAN-project voortvloeien.

Kan een externe partij bestaande EPLAN-projecten overnemen?

Ja, een externe partij kan bestaande EPLAN-projecten overnemen, mits het projectbestand wordt aangeleverd en de externe engineer toegang heeft tot de juiste softwareversie en eventuele klantspecifieke bibliotheken of artikeldatabases. Een goede overdracht vraagt ook om enige technische context over de machine en de aanleiding voor de aanpassing.

In de praktijk verloopt een overname het soepelst wanneer het oorspronkelijke EPLAN-project goed is opgebouwd: een heldere projectstructuur, consistente naamgeving en actuele documentatie maken het voor een externe engineer veel eenvoudiger om snel te begrijpen wat er staat en wat er moet veranderen. Slecht gestructureerde projecten kosten extra tijd om te doorgronden voordat er ook maar één aanpassing gemaakt kan worden.

Wij bij Kruispunt Engineering nemen regelmatig bestaande EPLAN-projecten over van machinebouwers die intern onvoldoende capaciteit hebben. Wat daarbij het verschil maakt, is dat onze elektro-engineers niet alleen de software beheersen, maar ook de machine begrijpen. Zo worden aanpassingen niet geïsoleerd doorgevoerd, maar altijd in samenhang met de mechanische en functionele opbouw van de installatie.

Hoe lang duurt het aanpassen van een bestaand EPLAN-schema?

De doorlooptijd voor het aanpassen van een bestaand EPLAN-schema varieert sterk, van enkele uren voor een enkelvoudige componentwijziging tot meerdere dagen of weken bij ingrijpende aanpassingen aan een complexe machine. De bepalende factoren zijn de omvang van de wijziging, de kwaliteit van het bestaande project en de beschikbaarheid van de benodigde technische informatie.

Een eenvoudige aanpassing, zoals het vervangen van één component of het toevoegen van een extra sensor, kan een ervaren EPLAN-engineer in een halve dag verwerken inclusief de doorwerking in kabellijsten en stuklijsten. Een uitbreiding van de machine met een extra module, een nieuwe veiligheidsfunctie of een gewijzigde besturingslogica vraagt al snel meerdere dagen.

Wat de doorlooptijd in de praktijk het meest beïnvloedt, is de kwaliteit van de aangeleverde informatie. Wanneer een machinebouwer duidelijk aangeeft wat er moet veranderen en waarom, en het bestaande EPLAN-project goed gedocumenteerd is, kan een externe engineer snel aan de slag. Ontbreekt die context, dan gaat een groot deel van de tijd zitten in het begrijpen van de bestaande situatie voordat er überhaupt iets aangepast kan worden.

Wanneer is het beter om een schema opnieuw op te bouwen dan aan te passen?

Het is beter om een EPLAN-schema opnieuw op te bouwen wanneer het bestaande project zo sterk verouderd, onvolledig of inconsistent is dat aanpassen meer tijd kost dan een frisse start. Ook bij ingrijpende functionele wijzigingen of een volledig nieuw besturingsconcept is een herbouw vaak de slimmere keuze.

Concrete signalen dat een herbouw verstandiger is dan aanpassen:

  • Het bestaande schema is opgebouwd in een verouderde EPLAN-versie die niet meer compatibel is met de huidige werkomgeving.
  • De projectstructuur is inconsistent of onduidelijk, waardoor elke aanpassing risico op fouten met zich meebrengt.
  • De machine heeft zo veel wijzigingen ondergaan dat het schema de werkelijkheid niet meer goed weerspiegelt.
  • Er wordt overgestapt op een nieuw besturingssysteem of een ander type PLC, waardoor de gehele I/O-structuur en logica veranderen.
  • De machine wordt uitgebreid met meer dan de helft van zijn oorspronkelijke omvang.

Een herbouw kost op korte termijn meer tijd, maar levert een schoon, consistent en toekomstbestendig project op dat eenvoudiger te onderhouden en aan te passen is. Onze elektrotechnische engineeringdiensten omvatten zowel het aanpassen als het volledig opnieuw opbouwen van EPLAN-projecten, afhankelijk van wat in jouw situatie de meeste waarde oplevert.

Twijfel je welke aanpak het beste past bij jouw project? Neem contact met ons op en we denken graag met je mee.

Veelgestelde vragen

Wat heb ik nodig om een EPLAN-project over te dragen aan een externe partij?

Voor een soepele overdracht heb je minimaal het EPLAN-projectbestand nodig, inclusief de gebruikte artikeldatabases en eventuele klantspecifieke symbool- of macrobibliotheken. Daarnaast is het sterk aan te raden om technische context mee te leveren: een beschrijving van de machine, de aanleiding voor de aanpassing en eventuele tekeningen of specificaties die de gewenste situatie verduidelijken. Hoe beter de overdracht is voorbereid, hoe minder tijd er verloren gaat aan het begrijpen van de bestaande situatie.

Wat zijn veelgemaakte fouten bij het aanpassen van EPLAN-schema's?

Een veelgemaakte fout is het aanpassen van het schema zonder de bijbehorende documentatie — zoals kabellijsten, stuklijsten en schakelkastlay-out — consistent bij te werken. Dit leidt tot discrepanties tussen het schema en de werkelijkheid, wat problemen oplevert tijdens de bouw of inbedrijfstelling. Een andere veelvoorkomende fout is het doorvoeren van wijzigingen zonder voldoende begrip van de onderliggende besturingslogica, waardoor aanpassingen op papier correct lijken maar functioneel niet kloppen.

Hoe zorg ik ervoor dat mijn EPLAN-project goed onderhoudbaar blijft na aanpassingen?

Onderhoudbare EPLAN-projecten kenmerken zich door een consistente projectstructuur, duidelijke naamgeving en actuele documentatie die de werkelijke situatie van de machine weerspiegelt. Zorg er na elke aanpassing voor dat revisienummers worden bijgehouden en dat wijzigingen worden vastgelegd in een wijzigingslog. Het gebruik van gestandaardiseerde macro’s en artikeldefinities uit een centrale bibliotheek verkleint bovendien de kans op inconsistenties bij toekomstige aanpassingen.

Kan ik EPLAN-schema's laten aanpassen als ik zelf geen EPLAN-licentie heb?

Ja, dat is mogelijk. Als je zelf geen EPLAN-licentie hebt, kun je het projectbestand overdragen aan een externe engineer of ingenieursbureau dat over de juiste licentie beschikt. Je ontvangt na de aanpassing het bijgewerkte projectbestand terug, samen met de gegenereerde documentatie zoals PDF-schema’s, kabellijsten en stuklijsten. Het is wel verstandig om afspraken te maken over bestandsbeheer en versiebeheer, zodat je altijd toegang hebt tot de meest actuele versie van je project.

Wat is het verschil tussen EPLAN Electric P8 en EPLAN Pro Panel, en wanneer is welk pakket relevant?

EPLAN Electric P8 wordt gebruikt voor het tekenen van elektrotechnische schema’s, zoals stroopdiagrammen, kabelplannen en aansluitschema’s. EPLAN Pro Panel is een aanvullend pakket waarmee de fysieke schakelkastlay-out in 3D wordt ontworpen, inclusief de plaatsing van componenten en kabelroutes. Bij aanpassingen aan een machine is Electric P8 vrijwel altijd relevant; Pro Panel komt in beeld wanneer de schakelkastindeling ook moet worden bijgewerkt, bijvoorbeeld bij het toevoegen van nieuwe componenten of het wijzigen van de kastopbouw.

Hoe weet ik of een aanpassing aan mijn EPLAN-schema voldoet aan de geldende normen?

Normconformiteit vereist kennis van de van toepassing zijnde richtlijnen en normen, zoals de Machinerichtlijn (2006/42/EG), NEN-EN 60204-1 voor elektrische uitrusting van machines, of specifieke veiligheidsnormen zoals IEC 62061 of ISO 13849. Een ervaren elektrotechnisch engineer toetst aanpassingen aan deze eisen en signaleert waar een wijziging gevolgen heeft voor de veiligheidsclassificatie of CE-markering van de machine. Bij twijfel is het verstandig om een engineer in te schakelen die aantoonbare ervaring heeft met normconform ontwerpen in jouw specifieke sector.

Wat zijn de voordelen van het standaardiseren van EPLAN-schema's voor machines in een serie?

Gestandaardiseerde basisschema’s — ook wel masterprojecten of variantschema’s genoemd — maken het mogelijk om per klant of variant snel en foutarm aanpassingen door te voeren zonder telkens opnieuw te beginnen. Dit verkort de engineeringtijd aanzienlijk, vermindert de kans op fouten en zorgt voor een consistente documentatiestijl over de gehele productlijn. Bovendien vereenvoudigt standaardisatie het onderhoud op de lange termijn, omdat servicemonteurs en engineers altijd werken met een vertrouwde projectopbouw.

Gerelateerde artikelen